Bezoek aan streekmuseum Baron van Brakell

Deze week hebben we een bezoek gebracht aan streekmuseum Baron van Brakell en dat bevindt zich op landgoed Den Eng in Ommeren.
Bij aankomst ontvangst met koffie en koek, waarna vrijwilliger Chris vertelt over de geschiedenis van het ontstaan van het museum.

Geboren in het Gelderse Rijswijk in 1788, vestigde Frederik Louis Willem, baron van Brakell zich in 1809 in het Betuwse Lienden op een boerderij die in bezit van zijn familie was. De 21-jarige begon hier met zijn landbouwkundige experimenten waar hij grote faam mee zou verwerven. Hij deed onder meer proeven met het telen in rijen en met het gebruik van kunstmest.
Daarnaast ontwierp de baron ook landbouwwerktuigen.
Van Brakell zette zich ook in voor het landbouwonderwijs.
Hij was een van de oprichters van de eerste landbouwschool van Nederland in het Gelderse Zalk in 1842 en was betrokken bij de oprichting van de Geldersche Maatschappij van Landbouw, die in 1845 het licht zag.
In 1851 stichtte Van Brakell een lagere school in Meerten.
De baron werd ook wel ‘de ijsbreker van Ommeren’ genoemd. Dit vanwege zijn vasthoudendheid en strengheid. Maar hij stond ook bekend om zijn sociaal bewogenheid.
Hij bekleedde verschillende openbare functies.
Zo was hij gemeenteraadslid, lid van Provinciale Staten, lid van de Gelderse commissie van landbouw en lid van het dijkbestuur van de polder Neder-Betuwe.
Hij overleed in 1865 en ligt samen met zijn echtgenote begraven in het bos bij het streekmuseum Baron van Brakell.
Zijn sociale bewogenheid liet de kinderloze baron blijken in zijn testament, dat hij opstelde in 1857. Hij bepaalde daarin dat er van zijn nalatenschap een sociaal fonds moest worden ingesteld met de naam ‘Fonds Hulpbetoon
aan de arbeidende klasse in de buurtschap Meerten’. Het Fonds bestaat anno 2026 nog steeds.
Het financiert tegenwoordig ook doelen die aan de gehele gemeenschap ten goede komen en beheert het landgoed Den Eng.
Het fonds maakte onder meer mogelijk dat het streekmuseum Baron van Brakell in Ommeren gerealiseerd kon worden.
Dit fonds bestaat nog steeds en is wel alleen voor mensen die in dit gebied geboren zijn en lid van de kerk zijn en  gehuwd moeten zijn

Het museum is in 1999 uitgebreid en bestaat nu uit 3 delen:

De begane grond – Wonen en werken in de Betuwe

De kelder – Boerenwagens en ambachten met karren koetsen sleden en gereedschappen

(op de foto: toch een link met onze sociëteit)

Op de eerste verdieping – Verder terug in de tijd, omdat de Betuwe aan de noordgrens van het vroegere Romeinse Rijk ligt, zijn er in de regio veel grondvondsten gedaan.
Een mooi voorbeeld hiervan is een Romeins zwaard dat tijdens de bouw van het museum hier is gevonden.

Dan de regentenkamer: in deze mooie kameer vergadert regelmatig de stichting Fonds Hulpbetoon Arbeidende klasse in het buur(t)schap Meerten.
Eerder werd er vergaderd in het gemeentehuis in Lienden, maar door de herindeling werd er een nieuw gemeentehuis van de gemeente Buren in Maurik gebouwd. Het bestuur achtte het niet wenselijk om in een andere plaats te vergaderen dan waar de stichting zelf gehuisvest was. Sinds 2003  is de westvleugel aangebouwd en gedeeltelijk ingericht als Regentenkamer.

Al met al een ruim en aan te raden museum eigenlijk vlakbij ons.
Met dank aan de vrijwilligers van het streekmuseum daar keerden wij voldaan weer naar huis.